Nieuws

Een stad op vrouwenmaat




Een incident in januari op de Brusselse metro zorgde voor de nodige oproer in de pers. Een VUB-studente werd aangevallen door een metropassagier die eerst schunnige gebaren naar haar had gemaakt. Toen het meisje daarop reageerde, werd ze door haar belager met het deksel van een vuilnisbak geslagen. Niemand van de aanwezige passagiers schoot haar te hulp of reageerde. Het voorval doet de vraag naar de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte in het algemeen en op het openbaar vervoer in het bijzonder opnieuw oplaaien. Ruim tien jaar geleden stelde Brussels parlementslid Carla Dejonghe de resultaten voor van een onderzoek naar het onveiligheidsgevoel op het openbaar vervoer. Weinig verwonderlijk kwam daaruit naar voren dat vooral vrouwen zich regelmatig onveilig voelen op metro, tram en bus. Is er dan niets veranderd?

Carla Dejonghe: “Ik denk niet dat je kan stellen dat de MIVB op dit vlak stil heeft gezeten de afgelopen jaren. Veel van de beleidsvoorstellen die ik toen deed, werden intussen ook uitgevoerd. Het meest herkenbare is waarschijnlijk de invoering van de metropoortjes. Die hebben zeker een effect gehad. Maar er is nog werk aan de winkel, zoals het bovenvermeld voorval in Madou aantoonde. Zoiets voorkom je immers niet met poortjes. Sensibilisatie is en blijft daarom erg belangrijk. Een aantal nuttige sensibiliseringsprogramma’s rond dit probleem werden stopgezet jaren terug door de minister van Mobiliteit. Die zouden we beter opnieuw oppikken én uitbreiden. Het is immers een zeer ruim probleem. Onze focus mag zeker ook wel op het openbaar vervoer gelegd worden omdat het een belangrijk onderdeel van de Brusselse open ruimte in beslag neemt. Als we dat kunnen koppelen aan verdere investeringen in infrastructuur denk ik dat we nog veel vooruitgang kunnen boeken.”

Waar denkt u dan specifiek aan?

Carla Dejonghe: “Je kan met camera’s en toegangspoortjes veel, maar niet alles. De aanwezigheid van personeel blijft van belang. Voldoet dat momenteel? Daar mag best wel eens een evaluatie van komen. Daarnaast moeten we ook de infrastructuur eens goed bekijken. Het is nog te vaak het geval dat de omgeving zelf een onveiligheidsgevoel opwekt of zelfs voor extra delinquent gedrag zorgt. Men onderschat vaak hoe een omgeving inwerkt op het gemoed van de mensen. Defecte roltrappen of verlichting, beschadiging en graffiti, kapotte bushokjes; het zorgt ervoor dat mensen zich vaak niet 100 procent op hun gemak voelen op ons openbaar vervoer. Er zijn geen mirakeloplossingen, maar sneller ingrijpen bij kleine beschadigingen, zou al een deel van het delinquent gedrag verminderen."

U wil de burger meer inspraak geven in hoe ons openbaar vervoersnetwerk eruit moet zien?

Carla Dejonghe: “In feite wel. Gebruikers worden momenteel al bevraagd op allerlei manieren. De MIVB doet dat ook goed. Het lijkt me interessant dat een volgende enquête zich eens meer toespitst op vrouwen en senioren, de doelgroepen die volgens bevragingen het grootste onveiligheidsgevoel hebben. In welke stations en aan welke haltes voelen zij zich onveilig en om welke reden(en)? Zo kan de MIVB een beter inzicht krijgen in welke infrastructuuraanpassingen zij kunnen doen en op welke plekken het veiligheidspersoneel het nuttigst ingezet kan worden. Dit komt iedereen ten goede.

U lanceerde jaren terug ook het voorstel van de busstop ‘Entre deux arrêts’. Wat is daarvan geworden?

Carla Dejonghe: “Het systeem ‘Entre deux arrêts’ komt uit Montréal. Daar konden vrouwen uit de buitenwijken van de stad ’s avonds of ’s nachts vragen aan de buschauffeurs om de bus tussen twee haltes te laten stoppen. Zo konden ze dichter bij huis uitstappen. Ik pleitte ervoor om het systeem in Brussel in te voeren, ook voor senioren, wat een unicum zou zijn in Europa. ‘Entre deux arrêts’ werd effectief uitgetest in Brussel, maar dit gebeurde spijtig genoeg op het nachtbusnetwerk Noctis, wat voor een deel voorbijgaat aan de bedoeling van het systeem. Noctis rijdt enkel in het weekend vanaf middernacht en is vooral gericht op een uitgaanspubliek. Het zou logischer zijn mocht men een bepaalde moeilijkere zone in Brussel hebben uitgekozen en daar, bijvoorbeeld vanaf 19u30 ’s avonds in de winter, een proefproject organiseren voor onbegeleide vrouwen en senioren. Ik ga het binnenkort dus opnieuw voorleggen aan de bevoegde minister. Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke pragmatische oplossingen ook een groter reizigersaandeel met zich mee kunnen brengen.”