Nieuws

Opinie: Wooncheques als alternatief voor bedrijfswagen




Naar aanleiding van de recente discussie over het aantal bedrijfswagens in België, schreef Brussels parlementslid Carla Dejonghe een opiniestuk. Zij stelt hierin een alternatief voor: de wooncheque. U vindt de volledige tekst hier.

Eerder deze week zorgde het bericht dat de Belgische grootbanken 8000 nieuwe bedrijfswagens het verkeer in zouden sturen, voor de nodige deining. De Bond Beter Leefmilieu en de Brusselse Raad voor het Leefmilieu noemden de beslissing van de banken een hold-up op de Brusselse luchtkwaliteit. In een reactie stelde Febelfin vervolgens dat het toch niet aan de banken is om het Belgische mobiliteitsprobleem op te lossen ...

Bedrijfswagens dus. Naar schatting zouden er zo'n 550.000 van in België rondrijden. De files in en om de hoofdstad, de langste van Europa naar verluidt, zouden voor de helft bestaan uit bedrijfswagens. 10 à 15% van de mensen met een bedrijfswagen zou die overigens niet per se nodig hebben. In 2007 had bijvoorbeeld 3 op 10 bedienden er eentje in of voor de garage staan. Dat België de Europese koploper is wat betreft het aantal bedrijfswagens per hoofd van de bevolking, hoeft ook al niet te verbazen. Dit kan rechtstreeks gelinkt worden aan onze buitensporige belastingdruk.

De financiële crisis heeft de banken voor voldongen feiten gesteld. Er moet drastisch bespaard worden en de lonen van het personeel moeten omlaag. Als compensatie wordt voor meer bedrijfswagens gekozen, want die kosten nu eenmaal minder dan de nettolonen te verhogen. Want, hoe je het nu ook draait of keert, de bedrijfswagen is loon. Puur en simpel. Als de Bond Beter Leefmilieu vraagt om het fiscaal voordeel op bedrijfswagens af te schaffen, zou ze moeten beseffen dat ze snijdt in het vel van de werkgevers, maar meer nog in dat van de werknemers. Dat kan en mag volgens ons niet de bedoeling zijn.

Dat fiscale voordeel - hoewel duur voor de Belgische staat (het werd ook al stevig naar beneden gehaald) - is binnen de huidige Belgische looncontext verdedigbaar. Maar door het systeem uitsluitend aan te wenden voor mobiliteit, draagt het steeds meer bij aan het stilaan terminaal wordende probleem van de onbereikbaarheid van onze economische centra; de steden. Een probleem dat zich overigens niet beperkt tot Brussel, Antwerpen is in hetzelfde bedje ziek.

Als Brussels staatssecretaris voor mobiliteit Bruno De Lille dan ook pleit om het systeem om te vormen tot een 'mobiliteitsbudget', slaat hij wat ons betreft de bal mis. Gratis bedrijfsfietsen, gratis Villo-abonnementen, gratis openbaar-vervoer; ze zijn gewoon niet aantrekkelijk genoeg om werknemers en masse ervan te overtuigen om niet voor een bedrijfswagen te kiezen. Die maakt immers zijn rekening. Bovendien is het comfort van een wagen die ook in de privé-uurtjes gebruikt kan worden een extra factor om ervoor te kiezen.

Alternatieven moeten aantrekkelijk genoeg zijn om de concurrentie succesvol aan te gaan. Ze moeten recurrent zijn en binnen het gezinsbudget dezelfde meerwaarde vertegenwoordigen als de bedrijfswagen nu. Daarom pleit ik er al een aantal jaren voor om werkgevers de mogelijkheid te geven om hun werknemers te laten kiezen tussen een pakket rond huisvesting of een bedrijfswagen. Gezien huisvesting veruit de zwaarste kost is in een gezinsbudget (gemiddeld spendeerde een gezin in 2009 26,1% van haar totale uitgaven aan de woning, tegenover 12,8% die naar vervoer ging) lijkt dit wel een valabel alternatief te kunnen vormen. Werkgevers zouden verschillende pakketten moeten kunnen aanbieden die voor hen dezelfde brutowaarde vertegenwoordigen en voor de werknemer dezelfde netttowaarde.

Een flink aantal werknemers zit niet meteen op een bedrijfswagen te wachten. Er zijn personeelsleden die veel liever een maandelijkse bijdrage in de hypothecaire lening of huur zouden krijgen. Die bijdrage kan bijvoorbeeld ook een investering zijn in de renovatie en het milieuvriendelijk maken van de woning. Extra voordeel van dit systeem is alvast dat de fiscale en financiële return voor de staat hoger zal uitdraaien dan bij de bedrijfswagen.

Dit is een denkpiste. In het Brussels Regeerakkoord staat dat de Brusselse Regering de 'problematiek' van de bedrijfswagens zou voorleggen aan de federale regering die ervoor bevoegd is. Gezien het grote aantal federale ministers die intussen een thuishaven in Brussel heeft gevonden, is het misschien het moment, nog voor het einde van deze legislatuur, om er werk van te maken.

Carla Dejonghe

Brussels Parlementslid