Nieuws

Horta-Lambeauxpaviljoen in ere hersteld, maar toegankelijkheid blijft moeilijk




Dit weekend opent het Paviljoen van de Menselijke Driften in het Brusselse Jubelpark opnieuw de deuren na een grondige renovatie. Brussels parlementslid Carla Dejonghe is blij met het resultaat, maar betreurt de beperkte toegankelijkheid van het paviljoen. Ze wijst ook op de ontbrekende finishing touch aan het meesterlijke bas-reliëf van Jef Lambeaux dat binnen te bezichtigen valt.

 Slechts 1 maand open, wat nadien?

De renovatie van het Horta-Lambeauxpaviljoen had heel wat voeten in de aarde. Verscheidene keren werden de plannen terug in de koelkast gestopt. Met tientallen tussenkomsten in het Brussels parlement, wist Carla Dejonghe de aandacht van de bevoegde ministers voldoende vast te houden om de renovatie tot een goed einde te brengen. Maar volgens haar begint het nu pas. “Nu het paviljoen gerenoveerd is, is het natuurlijk niet de bedoeling dat het bas-reliëf binnenin opnieuw ontoegankelijk wordt voor de komende eeuw,” zegt Dejonghe. “De opening van het paviljoen wordt echter beperkt tot drie korte momenten per week tijdens de zomer. Slechts een maand na de opening, sluit het monument in oktober dus al opnieuw de deuren tot eind maart 2015.” (zie openingsuren onderaan)

Kunstliefhebbers moeten dus niet alleen snel zijn om het monument te bezichtigen, ze moeten er ook wat voor over hebben. Een toegangsticket kost 7 euro, te kopen aan de kassa van de hoofdingang van het Jubelparkmuseum, gelegen aan de andere kant van het park.

Dejonghe stelt voor dat er, zeker tijdens de zomermaanden, naar creatieve oplossingen wordt gezocht om het gebouw meer open te stellen voor het publiek: “Waarom worden er geen mini-pop-uptentoonstellingen georganiseerd of klassieke concerten in en rondom het gebouw? Er zijn tal van mogelijkheden om het paviljoen zelf meer in de kijker te zetten.”

Storende voegen

De restauratie betrof de herstelling van het paviljoen dat oorspronkelijk gebouwd werd als bescherming voor Lambeaux’ kostbare marmeren bas-reliëf binnenin. Het werk zelf verkeert nog in optimale staat, op één ding na: de voegen tussen de marmerblokken. De epoxy-naden werden in 1977 letterlijk weggespoten door hogedrukreinigers (zie foto). Carla Dejonghe: “Nu het paviljoen in ere is hersteld, is het zonde dat men niet in één weg de naden van het kunstwerk van epoxy kon voorzien. Deze finishing touch zou niet veel kosten en zou de totaalbeleving ten goede komen.”